|
Metaalstad Hengelo
en Textielstad Enschede
Textielstad Enschede
De industrialisatie in Twente is omstreeks 1850 op gang gekomen. Eerst de
textielindustrie, die al een voorloper had in de huisnijverheid op het Twentse
platteland. Enschede (nu 170.000 inwoners) werd de textielstad bij uitstek.
De ene na de andere spinnerij en weverij verrees. De eeuw van de textielbaronnen
was aangebroken. Van Heek, Ten Cate, Jannink. Hele woonwijken lieten de fabrikanten
bouwen om hun arbeiders een eenvoudig, maar wel goed dak boven het hoofd te
bieden. Het Enschedese Pathmos is een prachtig voorbeeld van zo'n arbeiderswijk,
die u tijdens een van de routes kunt verkennen.
Metaalstad Hengelo
De metaalindustrie kwam iets later dan de textielindustrie op gang. Omstreeks
1870 verhuisde Stork naar het iets strategischer gelegen Hengelo. Hele suiker-fabrieken
werden hier gebouwd, treinstellen, transformatoren, afsluiters voor oliepijpleidingen.
Stork was de grote meneer in Hengelo. Hij bouwde de Wilhelminaschool om de
arbeiders het metaalvak bij te brengen. Die school aan de Industriestraat
is het nieuwe onderkomen van het Techniekmuseum HEIM, waar de geschiedenis
van de Hengelose metaalindustrie nog bijna te ruiken is. Vlak bij het imposante
fabriekscomplex verrees in de jaren 20 van de vorige eeuw een prachtige woonwijk,
waar de Storkmedewerkers van hoog tot laag woonden. Tuindorp 't Lansink is
nu een rijksmonument. De Hart van Zuidroute voert u langs dit indrukwekkende
stuk Industrieel Erfgoed.
|
|